© 2010 Kluft Administratieve Dienstverlening
Ontworpen door C. Kluft
Om u wellicht een handje verder te helpen in de wereld van de administratie heb ik voor u een handige begrippenlijst samengesteld.
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Activa
De activa zijn de bezittingen van de onderneming. Men vindt de waarde van
de activa terug op de linkerzijde (de actiefzijde of debetzijde) van de balans.
Afschrijvingen
Jaarlijkse waardevermindering van de vaste activa
Balans
De balans geeft een overzicht van de waarde van de bezittingen van een onderneming
(de activa) en van de bronnen waaruit deze bezittingen zijn gefinancierd (de passiva).
De balans is opgesteld op een bepaald tijdstip en levert altijd een momentopname.
Balanstotaal
Het balanstotaal is de som van alle activa, wat per definitie gelijk
is aan de som van alle passiva. Het balanstotaal geeft een indicatie voor de relatieve
omvang van de onderneming ten opzichte van andere ondernemingen in dezelfde bedrijfstak.
Bedrijfsresultaat
Het bedrijfsresultaat, ook wel exploitatieresultaat genoemd, is
het saldo van de opbrengsten (de omzet) en de kosten uit de gewone bedrijfsvoering.
Dat wil zeggen: zonder financiële kosten, zonder buitengewone baten en lasten, en
zonder belastingen.
Boekjaar
Het jaar waarop de cijfers in de jaarrekening betrekking hebben. Het boekjaar
loopt bij de meeste Nederlandse bedrijven vaak van 1 januari tot en met 31 december,
maar dit hoeft niet. Veel Amerikaanse bedrijven hebben een afwijkend boekjaar, bijvoorbeeld
van 1 juli tot en met 30 juni. Het boekjaar van de meeste Japanse bedrijven loopt
van 1 april tot en met 31 maart.
Boekwaarde
De waarde waarvoor activa en passiva op de balans worden vermeld.
Cash-
De cash-
Consolideren
Het samenvoegen van balans en winst-
In het jaarverslag dient een moeder onderneming
aan te geven welke dochterondernemingen geconsolideerd zijn en welke niet. Volledige
dochterondernemingen worden meestal volledig geconsolideerd, terwijl ondernemingen
waarin het moederbedrijf een meerderheidsbelang bezit geconsolideerd worden naar
verhouding van het percentage aandelen dat het moederbedrijf bezit. Dochterondernemingen
waarin de moeder onderneming minder dan 50 procent van de aandelen bezit, worden
meestal niet geconsolideerd.
Crediteuren
Dit zijn leveranciers die op grond van hun leveranties een vordering
op de onderneming hebben. In de balans van de onderneming komt het totaal van de
op rekening gekochte goederen en diensten terug in de post crediteuren. Het gaat
dus om nog niet betaalde rekeningen. Voor de onderneming vormen zij een manier om
de activa te financieren. De post crediteuren staat daarom aan de passief zijde van
de balans en hoort bij het vreemd vermogen.
Current Ratio
De Current Ratio (CR) is een kengetal voor het meten van de liquiditeit
van de onderneming. De CR geeft aan tot op welke hoogte de kortlopende schulden terugbetaald
kunnen worden met op korte termijn beschikbare bezittingen van de onderneming. Als
vuistregel geldt dat een gezonde CR ligt tussen 1,1 en 1,5. Afzonderlijke ondernemingen
en bedrijfstakken kunnen daarvan echter sterk afwijken.
Debiteuren
De debiteuren zijn afnemers van de onderneming die hun rekening nog moeten
betalen. In de balans van een onderneming staat het totaal van de nog niet betaalde
rekeningen opgenomen onder de post debiteuren. Het is een tegoed van de onderneming,
en staat dus aan de actiefzijde van de balans.
Detachering
De omstandigheid dat de werknemer met het oog op een kennismaking met
de nieuwe situatie of ter vervulling van een tijdelijke vacature al of niet op een
andere locatie of bij een andere werkgever werkzaamheden verricht.
Diensttijd
De aaneengesloten tijdsperiode gedurende welke de werknemer een arbeidsovereenkomst/dienstverband
heeft dan wel had, met/bij de werkgever.
Directe kosten
Directe kosten zijn kosten die direct kunnen worden toegerekend aan
een product of dienst op grond van een directe technische of organisatorische verhouding.
Indirecte kosten missen deze directe relatie.
Dochteronderneming
Een dochteronderneming is een onderneming waarin een andere onderneming
(de moederonderneming of moedermaatschappij) een controlerend belang heeft. Een controlerend
belang wil zeggen dat de moedermaatschappij de zeggenschap heeft op grond van een
(combinatie van) direct of indirect aandelenbezit.
Indien de moedermaatschappij direct
eigenaar is van meer dan de helft van de aandelen van de dochteronderneming, dan
wordt deze deelneming door de moedermaatschappij in diens jaarrekening geconsolideerd.
Eigen Vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit het aandelenkapitaal plus de reserves
(ingehouden winsten). Anders gezegd: het verschil tussen de totale activa en het
vreemd vermogen.
Factoring
Factoring is het uitbesteden van de debiteurenbewaking en -
Financiering
De financiering van de onderneming is de manier waarop het totale vermogen
van de onderneming is samengesteld. Het gaat er dus om welk deel van het totale vermogen
bestaat uit eigen vermogen en welk deel uit vreemd vermogen. En om welk deel van
het vreemde vermogen bestaat uit langlopende schulden, en welk deel uit kortlopende
schulden. De ondernemingsfinanciering is vooral van belang voor de solvabiliteit
van de onderneming.
Functie
Het geheel van werkzaamheden die opgedragen zijn aan de werknemer.
Garantie vermogen
Het garantie vermogen is het eigen vermogen plus het achtergestelde
vreemd vermogen. Achtergesteld vreemd vermogen bestaat uit achtergestelde leningen.
Voor banken is de verhouding tussen garantie vermogen en totaal vermogen een belangrijke
maat voor de beoordeling van de solvabiliteit van de onderneming. Is deze verhouding
in de ogen van de bank te laag, dan zal de bank niet bereid zijn het bedrijf een
(nieuwe) lening te verstrekken. De bank vreest dan dat het bij een onverhoopt faillissement
zijn geld niet meer zal terugzien, en dat risico wil de bank niet nemen.
Indirecte kosten
Indirecte kosten zijn kosten die niet direct kunnen worden toegerekend
aan een product of dienst op grond van een directe technische of organisatorische
verhouding. Indirecte kosten die oorzakelijk samenhangen met de voortbrenging van
een product of dienst (bijvoorbeeld kosten van hulpstoffen) worden meestal via een
bepaalde verhouding toegerekend aan het product of de dienst. Niet oorzakelijk samenhangende
kosten (bijvoorbeeld administratiekosten en andere algemene kosten) worden volgens
min of meer willekeurige verdeelsleutels toegerekend aan de totale kosten van het
eindproduct of de dienst.
Investeringen
Een investering is vermogen dat gebruikt wordt ten behoeve van beleggingen
(bijvoorbeeld in aandelen of andere waardepapieren) of ten behoeve van de aankoop
van duurzame productiemiddelen (bijvoorbeeld machines en gebouwen) of voor de financiering
van activiteiten. Vermogens verschaffers investeren teneinde een meeropbrengst te
verkrijgen.
Kas-
De som van kasgeld en de giro-
Kengetallen
Een kengetal is een cijfer dat de verhouding aangeeft tussen financiële
grootheden. Men kan de financiële gegevens uit de jaarrekening analyseren met behulp
van kengetallen. Er bestaat een groot aantal kengetallen.
Kostenplaats
Een kostenplaats is een eenheid (afdeling, project of activiteit) binnen
de onderneming waaraan in de boekhouding kosten worden toegerekend.
Leasing
Leasing is een vorm van huur, meestal van productiemiddelen. De leasekosten
komen tot uitdrukking in de winst-
Er zijn twee hoofdvormen van leasing:
Bij operationele leasing blijft de lessor (de verhuurder) juridisch en economisch
eigenaar gedurende de tijd dat de lease-
Bij financiële leasing betaalt de lessee (huurder) de aankoopsom
plus kosten en winst aan de lessor (in termijnen). De lessee (huurder) is in dit
geval juridisch eigenaar, en is verplicht om in de jaarrekening aan te geven welke
productiemiddelen financieel geleasd zijn,en wat de contante waarde van deze lease
verplichting is.
Liquide middelen
De liquide middelen bestaan uit de som van kasgeld en giro-
Liquiditeit
Liquiditeit is het vermogen van een onderneming om op korte termijn aan
zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
Liquiditeitsprognose
De liquiditeitsprognose is een overzicht van toekomstige ontvangsten
en uitgaven. Bijvoorbeeld per maand, over een periode van een jaar. De liquiditeitsprognose
is een middel om de liquiditeitsontwikkeling in de gaten te houden.
Moederonderneming
Een moederonderneming is een onderneming die zeggenschap uitoefent
over een dochteronderneming op basis van direct en/of indirect aandelenbezit.
Netto bedrijfsresultaat
Het netto bedrijfsresultaat, ook wel het resultaat na belastingen
genoemd, is het saldo van alle opbrengsten en kosten gedurende een periode. Dat wil
zeggen: het bedrijfsresultaat vermeerderd met het saldo van de financiële kosten
en opbrengsten, het saldo van de buitengewone baten en lasten, en verminderd met
de belastingen.
Nettowinst
De nettowinst of het nettoverlies is gelijk aan het netto bedrijfsresultaat.
Omlooptijd van de crediteuren
De omlooptijd van de crediteuren is een maat voor de
gemiddelde tijd voor het betalen van ontvangen rekeningen.
Omlooptijd van de debiteuren
De omlooptijd van de debiteuren is een maat voor de
gemiddelde tijd voor het innen van vorderingen.
Omzet
De omzet is het totaal van de opbrengsten voor een onderneming uit de gewone
bedrijfsvoering. Na aftrek van de directe kosten en de indirecte kosten, blijft het
bedrijfsresultaat over.
Overzicht van herkomst en besteding der Middelen
Dit is een lijst met herkomst en
bestedingen van liquide middelen. Dit overzicht verklaart de verschuivingen die gedurende
het boekjaar op zijn getreden in de balans.
Bij de herkomst van middelen wordt gekeken
naar veranderingen in het vermogen, de passiefzijde van de balans. Als er winst wordt
gemaakt en/of een nieuwe lening wordt aangetrokken, krijgt de onderneming de beschikking
over een hoeveelheid geld. Dat geldt ook voor de afschrijvingen, de jaarlijkse waardevermindering
van de vaste activa. Deze worden in het overzicht van de herkomst van middelen opgeteld
bij de andere vormen van vrij besteedbaar vermogen. Gezamenlijk worden deze veranderingen
in het vrij besteedbaar vermogen de cashflow genoemd.
Passiva
De activa van de onderneming worden gefinancierd met kapitaal uit diverse
bronnen. Dit kapitaal noemt men de passiva. Deze staan opgesomd aan de rechterzijde
(de passiefzijde of creditzijde) van de balans.
Quick Ratio
De Quick Ratio is een kengetal voor het meten van de liquiditeit van
de onderneming. De Quick Ratio geeft aan tot op welke hoogte de kortlopende schulden
terugbetaald kunnen worden met op korte termijn beschikbare bezittingen van de onderneming,
waarbij de voorraden buiten beschouwing worden gelaten. (De voorraden horen namelijk
wel bij de vlottende activa, maar zijn niet bedoeld of geschikt om kortlopende schulden
mee te voldoen.) De Quick Ratio laat dus, in tegenstelling tot de Current Ratio,
de voorraden buiten beschouwing. Als vuistregel geldt dat een gezonde Quick Ratio
ligt tussen 0,5 en 1. Afzonderlijke ondernemingen en bedrijfstakken kunnen daarvan
echter sterk afwijken.
Rekening courant krediet
Rekening courant krediet is een vorm van doorlopend krediet.
Het is een rekening bij de bank waarop de onderneming tot een zeker niveau negatief
kan staan. Meestal verlangt de bank zekerheden voor de verlening van dit soort krediet.
Relatiepartner
De persoon met wie de werknemer, met het oogmerk duurzaam samen te
leven, een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een ten bewijze
daarvan door de werknemer aan de werkgever overgelegde notariële verklaring/schriftelijke
verklaring overeenkomstig door het bevoegd gezag gestelde regels ingericht.
Rentabiliteit
De rentabiliteit is de winstgevendheid van een onderneming in verhouding
tot de omzet, het eigen vermogen, of het totale vermogen. De meest gangbare kengetallen
voor rentabiliteit zijn:
de Rentabiliteit van de Omzet, of Return on Sales (ROS):
de Rentabiliteit van het Eigen Vermogen (REV) of Return on Investment (ROI):
de Rentabiliteit van het Totale Vermogen (RTV):
de Rentabiliteit van het Werkzaam Vermogen (RWV):
Als vuistregel voor een goede rentabiliteit geldt de rente op lange termijn (obligatie-
Reorganisatie
Bedrijven veranderen permanent. Een reorganisatie is een versnelling
in dit veranderingsproces. Een reorganisatie betekent een meer of minder ingrijpende
verandering in de organisatie. Over het algemeen gaat het de directie bij een reorganisatie
om bedrijfseconomische motieven (kosten, winst, rendement) en managementmotieven
(de organisatie is minder beheersbaar geworden). Sociale doelstellingen zoals werkgelegenheid
of humanisering van de arbeid komen we vrijwel niet tegen.
Schulden op korte termijn
Schulden op korte termijn (ook wel kort vreemd vermogen,
kortlopende schulden, of vlottende passiva genoemd) zijn leningen met een looptijd
van een jaar of korter.
Schulden op lange termijn
Schulden op lange termijn (ook wel lang vreemd vermogen)
zijn leningen met een looptijd langer dan een jaar.
Solvabiliteit
Solvabiliteit is het vermogen van een bedrijf om aan zijn verplichtingen
tegenover zijn vermogensverschaffers te voldoen. De solvabiliteit wordt uitgedrukt
in een solvabiliteitskengetal. Hoe hoger de solvabiliteit hoe kleiner de afhankelijkheid
van externe vermogensverschaffers: verschaffers van vreemd vermogen. Heeft een bedrijf
een lage solvabiliteit dan is het niet in staat extra vreemd vermogen aan te trekken
om zijn activiteiten te financieren. Solvabiliteit is dus een maatstaf voor banken
voor het risico van het verstrekken van krediet.
Als vuistregel geldt dat de solvabiliteit
minimaal tussen de 0,2 en 0,35 ligt (In procenten: tussen de 20 en 35 procent).
Totale vermogen
Dit is het totaal van het eigen vermogen en het vreemd vermogen,
ofwel het balanstotaal.
Variabele kosten
Variabele kosten zijn bedrijfskosten die variëren met de productieomvang
of het activiteitenniveau.
Vaste activa
Vaste activa zijn bezittingen die langer dan een jaar tot de beschikking
van de onderneming staan.
Vaste kern (van de vlottende activa)
De vaste kern (van de vlottende activa) is het
min of meer permanente deel van de waarde van de vlottende activa. Bijvoorbeeld de
waarde van strategische voorraden.
Vaste kosten
Vaste kosten zijn bedrijfskosten die bij een gegeven capaciteit van
de onderneming stabiel blijven.
Vermogensverschaffers
Vermogensverschaffers vallen uiteen in de verschaffers van
het eigen vermogen van de onderneming (de aandeelhouders of eigenaren) en de verschaffers
van het vreemd vermogen (de financiers: banken, crediteuren, en anderen).
Vlottende activa
De vlottende activa zijn bezittingen van de onderneming waarvoor
geldt dat het vermogen dat er in is geïnvesteerd binnen een jaar vrijkomt. Het gaat
om de waarde van de liquide middelen, van de debiteuren, van de voorraden (grondstoffen
en eindproducten) en van de verkoopbare effecten.
Vlottende passiva
De vlottende passiva zijn schulden met een looptijd van ten hoogste
een jaar.
Voorraden
De voorraden zijn de grondstoffen, hulpstoffen en eindproducten die in
eigendom zijn van de onderneming en die bedoeld zijn voor de omzet van de onderneming.
De voorraden vormen een onderdeel van de vlottende activa.
Vreemd vermogen (kort en lang)
Zie schulden op korte en lange termijn.
Waardering
Waardering is de bepaling van de geldswaarde van de activa. Er zijn diverse
methoden voor waardering van de materiële vaste activa.
Werkkapitaal (netto)
Het (netto-
Als vuistregel geldt dat een
bedrijf op dit punt gezond is als het netto werkkapitaal positief is.
Werkzaam Vermogen
Het werkzaam vermogen is het totale vermogen minus de vlottende
passiva.
Wettelijke uitkeringen
De basis-
Winst-
De winst-
Winstreserve
De winstreserve is het deel van de reserves van een onderneming dat is
gevormd door niet uitgekeerde (ingehouden) winst.
