wp2f7e5037.png
wp2f7e5037.png

© 2010 Kluft Administratieve Dienstverlening

 

wpa87a81c1.png

wp46562ef9.png

wp0f062621.png

wp5bf872d9.png

wp3f6b3424.png

wp94cae20e.png

wpbe5104fc.png

wpd159c0b9.png

Ontworpen door C. Kluft

 

 

Om u wellicht een handje verder te helpen in de wereld van de administratie heb ik voor u een handige begrippenlijst samengesteld.

 

 

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

 

 

Activa
De activa zijn de bezittingen van de onderneming. Men vindt de waarde van de activa terug op de linkerzijde (de actiefzijde of debetzijde) van de balans.

 

Afschrijvingen
Jaarlijkse waardevermindering van de vaste activa

 

Balans
De balans geeft een overzicht van de waarde van de bezittingen van een onderneming (de activa) en van de bronnen waaruit deze bezittingen zijn gefinancierd (de passiva). De balans is opgesteld op een bepaald tijdstip en levert altijd een momentopname.

 

Balanstotaal
Het balanstotaal is de som van alle activa, wat per definitie gelijk is aan de som van alle passiva. Het balanstotaal geeft een indicatie voor de relatieve omvang van de onderneming ten opzichte van andere ondernemingen in dezelfde bedrijfstak.

 

Bedrijfsresultaat
Het bedrijfsresultaat, ook wel exploitatieresultaat genoemd, is het saldo van de opbrengsten (de omzet) en de kosten uit de gewone bedrijfsvoering. Dat wil zeggen: zonder financiële kosten, zonder buitengewone baten en lasten, en zonder belastingen.

 

Boekjaar
Het jaar waarop de cijfers in de jaarrekening betrekking hebben. Het boekjaar loopt bij de meeste Nederlandse bedrijven vaak van 1 januari tot en met 31 december, maar dit hoeft niet. Veel Amerikaanse bedrijven hebben een afwijkend boekjaar, bijvoorbeeld van 1 juli tot en met 30 juni. Het boekjaar van de meeste Japanse bedrijven loopt van 1 april tot en met 31 maart.

 

Boekwaarde
De waarde waarvoor activa en passiva op de balans worden vermeld.

 

naar boven

 

Cash-flow
De cash-flow is de som van het bedrijfsresultaat en de afschrijvingen.

 

Consolideren
Het samenvoegen van balans en winst- en verliesrekening van dochterondernemingen met die van de moedermaatschappij.
In het jaarverslag dient een moeder onderneming aan te geven welke dochterondernemingen geconsolideerd zijn en welke niet. Volledige dochterondernemingen worden meestal volledig geconsolideerd, terwijl ondernemingen waarin het moederbedrijf een meerderheidsbelang bezit geconsolideerd worden naar verhouding van het percentage aandelen dat het moederbedrijf bezit. Dochterondernemingen waarin de moeder onderneming minder dan 50 procent van de aandelen bezit, worden meestal niet geconsolideerd.

 

Crediteuren
Dit zijn leveranciers die op grond van hun leveranties een vordering op de onderneming hebben. In de balans van de onderneming komt het totaal van de op rekening gekochte goederen en diensten terug in de post crediteuren. Het gaat dus om nog niet betaalde rekeningen. Voor de onderneming vormen zij een manier om de activa te financieren. De post crediteuren staat daarom aan de passief zijde van de balans en hoort bij het vreemd vermogen.

 

Current Ratio
De Current Ratio (CR) is een kengetal voor het meten van de liquiditeit van de onderneming. De CR geeft aan tot op welke hoogte de kortlopende schulden terugbetaald kunnen worden met op korte termijn beschikbare bezittingen van de onderneming. Als vuistregel geldt dat een gezonde CR ligt tussen 1,1 en 1,5. Afzonderlijke ondernemingen en bedrijfstakken kunnen daarvan echter sterk afwijken.

 

naar boven

 

Debiteuren
De debiteuren zijn afnemers van de onderneming die hun rekening nog moeten betalen. In de balans van een onderneming staat het totaal van de nog niet betaalde rekeningen opgenomen onder de post debiteuren. Het is een tegoed van de onderneming, en staat dus aan de actiefzijde van de balans.

 

Detachering
De omstandigheid dat de werknemer met het oog op een kennismaking met de nieuwe situatie of ter vervulling van een tijdelijke vacature al of niet op een andere locatie of bij een andere werkgever werkzaamheden verricht.

 

Diensttijd
De aaneengesloten tijdsperiode gedurende welke de werknemer een arbeidsovereenkomst/dienstverband heeft dan wel had, met/bij de werkgever.

 

Directe kosten
Directe kosten zijn kosten die direct kunnen worden toegerekend aan een product of dienst op grond van een directe technische of organisatorische verhouding. Indirecte kosten missen deze directe relatie.

 

Dochteronderneming
Een dochteronderneming is een onderneming waarin een andere onderneming (de moederonderneming of moedermaatschappij) een controlerend belang heeft. Een controlerend belang wil zeggen dat de moedermaatschappij de zeggenschap heeft op grond van een (combinatie van) direct of indirect aandelenbezit.
Indien de moedermaatschappij direct eigenaar is van meer dan de helft van de aandelen van de dochteronderneming, dan wordt deze deelneming door de moedermaatschappij in diens jaarrekening geconsolideerd.

 

naar boven

 

Eigen Vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit het aandelenkapitaal plus de reserves (ingehouden winsten). Anders gezegd: het verschil tussen de totale activa en het vreemd vermogen.

 

naar boven

 

Factoring
Factoring is het uitbesteden van de debiteurenbewaking en -inning. Een factoringmaatschappij koopt de rekeningen die een bedrijf heeft uitstaan bij zijn debiteuren op, voor een bedrag dat lager ligt dan de totale som van deze rekeningen. Als het de factoringmaatschappij lukt om (vrijwel) al deze rekeningen te innen, dan levert dat de factoringmaatschappij dus geld op. Daar staat tegenover dat de factoringmaatschappij ook het risico heeft overgenomen dat sommige debiteuren helemaal niet betalen. Het bedrijf dat de rekeningen heeft uitgeschreven is van dit risico, en de bijbehorende zorgen, af. Het weet nu precies welk percentage van de uitstaande rekeningen ook daadwerkelijk binnen zal komen, want dat is het percentage dat de factoringmaatschappij betaalt voor deze rekeningen.

 

Financiering
De financiering van de onderneming is de manier waarop het totale vermogen van de onderneming is samengesteld. Het gaat er dus om welk deel van het totale vermogen bestaat uit eigen vermogen en welk deel uit vreemd vermogen. En om welk deel van het vreemde vermogen bestaat uit langlopende schulden, en welk deel uit kortlopende schulden. De ondernemingsfinanciering is vooral van belang voor de solvabiliteit van de onderneming.

 

Functie
Het geheel van werkzaamheden die opgedragen zijn aan de werknemer.

 

naar boven

 

Garantie vermogen
Het garantie vermogen is het eigen vermogen plus het achtergestelde vreemd vermogen. Achtergesteld vreemd vermogen bestaat uit achtergestelde leningen. Voor banken is de verhouding tussen garantie vermogen en totaal vermogen een belangrijke maat voor de beoordeling van de solvabiliteit van de onderneming. Is deze verhouding in de ogen van de bank te laag, dan zal de bank niet bereid zijn het bedrijf een (nieuwe) lening te verstrekken. De bank vreest dan dat het bij een onverhoopt faillissement zijn geld niet meer zal terugzien, en dat risico wil de bank niet nemen.

 

naar boven

 

Indirecte kosten
Indirecte kosten zijn kosten die niet direct kunnen worden toegerekend aan een product of dienst op grond van een directe technische of organisatorische verhouding. Indirecte kosten die oorzakelijk samenhangen met de voortbrenging van een product of dienst (bijvoorbeeld kosten van hulpstoffen) worden meestal via een bepaalde verhouding toegerekend aan het product of de dienst. Niet oorzakelijk samenhangende kosten (bijvoorbeeld administratiekosten en andere algemene kosten) worden volgens min of meer willekeurige verdeelsleutels toegerekend aan de totale kosten van het eindproduct of de dienst.

 

Investeringen
Een investering is vermogen dat gebruikt wordt ten behoeve van beleggingen (bijvoorbeeld in aandelen of andere waardepapieren) of ten behoeve van de aankoop van duurzame productiemiddelen (bijvoorbeeld machines en gebouwen) of voor de financiering van activiteiten. Vermogens verschaffers investeren teneinde een meeropbrengst te verkrijgen.

 

naar boven

 

Kas-, bank- en giro saldi
De som van kasgeld en de giro- en banksaldi wordt ook al wel aangeduid als de liquide middelen, maar eigenlijk horen daartoe ook nog de waarde van cheques en wissels van een onderneming.

 

Kengetallen
Een kengetal is een cijfer dat de verhouding aangeeft tussen financiële grootheden. Men kan de financiële gegevens uit de jaarrekening analyseren met behulp van kengetallen. Er bestaat een groot aantal kengetallen.

 

Kostenplaats
Een kostenplaats is een eenheid (afdeling, project of activiteit) binnen de onderneming waaraan in de boekhouding kosten worden toegerekend.

 

naar boven

 

Leasing
Leasing is een vorm van huur, meestal van productiemiddelen. De leasekosten komen tot uitdrukking in de winst- en verliesrekening. Een productiemiddel dat is geleasd is geen investering, zodat er geen vermogen nodig is voor de financiering. Bij leasing blijft de balans dus ongewijzigd. Anders gezegd: een onderneming die least heeft een geheel andere balans dan een onderneming die in dezelfde productiemiddelen investeert.

Er zijn twee hoofdvormen van leasing:

Bij operationele leasing blijft de lessor (de verhuurder) juridisch en economisch eigenaar gedurende de tijd dat de lease-overeenkomst loopt. In het verhuurcontract zijn vaak extra zaken geregeld, zoals onderhoud en vervanging bij de introductie van verbeterde machines.
Bij financiële leasing betaalt de lessee (huurder) de aankoopsom plus kosten en winst aan de lessor (in termijnen). De lessee (huurder) is in dit geval juridisch eigenaar, en is verplicht om in de jaarrekening aan te geven welke productiemiddelen financieel geleasd zijn,en wat de contante waarde van deze lease verplichting is.

 

Liquide middelen
De liquide middelen bestaan uit de som van kasgeld en giro- en banksaldi, en de waarde van cheques en wissels van een onderneming. Liquide middelen zijn onderdeel van de balanspost vlottende activa.

 

Liquiditeit
Liquiditeit is het vermogen van een onderneming om op korte termijn aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.

 

Liquiditeitsprognose
De liquiditeitsprognose is een overzicht van toekomstige ontvangsten en uitgaven. Bijvoorbeeld per maand, over een periode van een jaar. De liquiditeitsprognose is een middel om de liquiditeitsontwikkeling in de gaten te houden.

 

naar boven

 

Moederonderneming
Een moederonderneming is een onderneming die zeggenschap uitoefent over een dochteronderneming op basis van direct en/of indirect aandelenbezit.

 

naar boven

 

Netto bedrijfsresultaat
Het netto bedrijfsresultaat, ook wel het resultaat na belastingen genoemd, is het saldo van alle opbrengsten en kosten gedurende een periode. Dat wil zeggen: het bedrijfsresultaat vermeerderd met het saldo van de financiële kosten en opbrengsten, het saldo van de buitengewone baten en lasten, en verminderd met de belastingen.

 

Nettowinst
De nettowinst of het nettoverlies is gelijk aan het netto bedrijfsresultaat.

 

naar boven

 

Omlooptijd van de crediteuren
De omlooptijd van de crediteuren is een maat voor de gemiddelde tijd voor het betalen van ontvangen rekeningen.

 

Omlooptijd van de debiteuren
De omlooptijd van de debiteuren is een maat voor de gemiddelde tijd voor het innen van vorderingen.

 

Omzet
De omzet is het totaal van de opbrengsten voor een onderneming uit de gewone bedrijfsvoering. Na aftrek van de directe kosten en de indirecte kosten, blijft het bedrijfsresultaat over.

 

Overzicht van herkomst en besteding der Middelen
Dit is een lijst met herkomst en bestedingen van liquide middelen. Dit overzicht verklaart de verschuivingen die gedurende het boekjaar op zijn getreden in de balans.
Bij de herkomst van middelen wordt gekeken naar veranderingen in het vermogen, de passiefzijde van de balans. Als er winst wordt gemaakt en/of een nieuwe lening wordt aangetrokken, krijgt de onderneming de beschikking over een hoeveelheid geld. Dat geldt ook voor de afschrijvingen, de jaarlijkse waardevermindering van de vaste activa. Deze worden in het overzicht van de herkomst van middelen opgeteld bij de andere vormen van vrij besteedbaar vermogen. Gezamenlijk worden deze veranderingen in het vrij besteedbaar vermogen de cashflow genoemd.

 

naar boven

 

Passiva
De activa van de onderneming worden gefinancierd met kapitaal uit diverse bronnen. Dit kapitaal noemt men de passiva. Deze staan opgesomd aan de rechterzijde (de passiefzijde of creditzijde) van de balans.

 

naar boven

 

Quick Ratio
De Quick Ratio is een kengetal voor het meten van de liquiditeit van de onderneming. De Quick Ratio geeft aan tot op welke hoogte de kortlopende schulden terugbetaald kunnen worden met op korte termijn beschikbare bezittingen van de onderneming, waarbij de voorraden buiten beschouwing worden gelaten. (De voorraden horen namelijk wel bij de vlottende activa, maar zijn niet bedoeld of geschikt om kortlopende schulden mee te voldoen.) De Quick Ratio laat dus, in tegenstelling tot de Current Ratio, de voorraden buiten beschouwing. Als vuistregel geldt dat een gezonde Quick Ratio ligt tussen 0,5 en 1. Afzonderlijke ondernemingen en bedrijfstakken kunnen daarvan echter sterk afwijken.

 

naar boven

 

Rekening courant krediet
Rekening courant krediet is een vorm van doorlopend krediet. Het is een rekening bij de bank waarop de onderneming tot een zeker niveau negatief kan staan. Meestal verlangt de bank zekerheden voor de verlening van dit soort krediet.

 

Relatiepartner
De persoon met wie de werknemer, met het oogmerk duurzaam samen te leven, een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een ten bewijze daarvan door de werknemer aan de werkgever overgelegde notariële verklaring/schriftelijke verklaring overeenkomstig door het bevoegd gezag gestelde regels ingericht.

 

Rentabiliteit
De rentabiliteit is de winstgevendheid van een onderneming in verhouding tot de omzet, het eigen vermogen, of het totale vermogen. De meest gangbare kengetallen voor rentabiliteit zijn:

 de Rentabiliteit van de Omzet, of Return on Sales (ROS):

 de Rentabiliteit van het Eigen Vermogen (REV) of Return on Investment (ROI):

 de Rentabiliteit van het Totale Vermogen (RTV):

 de Rentabiliteit van het Werkzaam Vermogen (RWV):

Als vuistregel voor een goede rentabiliteit geldt de rente op lange termijn (obligatie-)leningen plus een ondernemersrisico van circa 10%.

 

Reorganisatie
Bedrijven veranderen permanent. Een reorganisatie is een versnelling in dit veranderingsproces. Een reorganisatie betekent een meer of minder ingrijpende verandering in de organisatie. Over het algemeen gaat het de directie bij een reorganisatie om bedrijfseconomische motieven (kosten, winst, rendement) en managementmotieven (de organisatie is minder beheersbaar geworden). Sociale doelstellingen zoals werkgelegenheid of humanisering van de arbeid komen we vrijwel niet tegen.

 

naar boven

 

Schulden op korte termijn
Schulden op korte termijn (ook wel kort vreemd vermogen, kortlopende schulden, of vlottende passiva genoemd) zijn leningen met een looptijd van een jaar of korter.

 

Schulden op lange termijn
Schulden op lange termijn (ook wel lang vreemd vermogen) zijn leningen met een looptijd langer dan een jaar.

 

Solvabiliteit
Solvabiliteit is het vermogen van een bedrijf om aan zijn verplichtingen tegenover zijn vermogensverschaffers te voldoen. De solvabiliteit wordt uitgedrukt in een solvabiliteitskengetal. Hoe hoger de solvabiliteit hoe kleiner de afhankelijkheid van externe vermogensverschaffers: verschaffers van vreemd vermogen. Heeft een bedrijf een lage solvabiliteit dan is het niet in staat extra vreemd vermogen aan te trekken om zijn activiteiten te financieren. Solvabiliteit is dus een maatstaf voor banken voor het risico van het verstrekken van krediet.
Als vuistregel geldt dat de solvabiliteit minimaal tussen de 0,2 en 0,35 ligt (In procenten: tussen de 20 en 35 procent).

 

naar boven

 

Totale vermogen
Dit is het totaal van het eigen vermogen en het vreemd vermogen, ofwel het balanstotaal.

 

naar boven

 

Variabele kosten
Variabele kosten zijn bedrijfskosten die variëren met de productieomvang of het activiteitenniveau.

 

Vaste activa
Vaste activa zijn bezittingen die langer dan een jaar tot de beschikking van de onderneming staan.

 

Vaste kern (van de vlottende activa)
De vaste kern (van de vlottende activa) is het min of meer permanente deel van de waarde van de vlottende activa. Bijvoorbeeld de waarde van strategische voorraden.

 

Vaste kosten
Vaste kosten zijn bedrijfskosten die bij een gegeven capaciteit van de onderneming stabiel blijven.

 

Vermogensverschaffers
Vermogensverschaffers vallen uiteen in de verschaffers van het eigen vermogen van de onderneming (de aandeelhouders of eigenaren) en de verschaffers van het vreemd vermogen (de financiers: banken, crediteuren, en anderen).

 

Vlottende activa
De vlottende activa zijn bezittingen van de onderneming waarvoor geldt dat het vermogen dat er in is geïnvesteerd binnen een jaar vrijkomt. Het gaat om de waarde van de liquide middelen, van de debiteuren, van de voorraden (grondstoffen en eindproducten) en van de verkoopbare effecten.

 

Vlottende passiva
De vlottende passiva zijn schulden met een looptijd van ten hoogste een jaar.

 

Voorraden
De voorraden zijn de grondstoffen, hulpstoffen en eindproducten die in eigendom zijn van de onderneming en die bedoeld zijn voor de omzet van de onderneming. De voorraden vormen een onderdeel van de vlottende activa.

 

Vreemd vermogen (kort en lang)
Zie schulden op korte en lange termijn.

 

naar boven

 

Waardering
Waardering is de bepaling van de geldswaarde van de activa. Er zijn diverse methoden voor waardering van de materiële vaste activa.

 

Werkkapitaal (netto)
Het (netto-)werkkapitaal is een kengetal voor de liquiditeit. Het is het verschil tussen vlottende activa en vlottende passiva. Het werkkapitaal geeft een indicatie van de hoeveelheid middelen die het bedrijf op korte termijn beschikbaar heeft om, ook als alle kortlopende schulden worden afgelost, de nodige uitgaven te doen om het bedrijf draaiende te houden.
Als vuistregel geldt dat een bedrijf op dit punt gezond is als het netto werkkapitaal positief is.

 

Werkzaam Vermogen
Het werkzaam vermogen is het totale vermogen minus de vlottende passiva.

 

Wettelijke uitkeringen
De basis-, verlengde- en de vervolguitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW), de uitkering ingevolge de Toeslagenwet (TW) en de uitkering ingevolge de wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) alsmede de ZW (Ziektewet) en de AAW/WAO (Wet Arbeidsongeschiktheid). Als netto wettelijke uitkeringen worden beschouwd de voornoemde uitkeringen, vermeerderd met de overhevelingstoeslag, verminderd met de verplichte inhoudingen.

 

Winst- en Verliesrekening
De winst- en verliesrekening of resultaatrekening is een overzicht van de opbrengsten en kosten over een bepaalde periode. Het saldo van de opbrengsten (de omzet) en kosten uit de gewone bedrijfsvoering is het bedrijfsresultaat. Het verschil tussen alle opbrengsten en kosten is het resultaat na belastingen (ofwel de nettowinst of het nettoverlies). De winst- en verliesrekening geeft inzicht in de gang van zaken bij een bedrijf in een bepaalde periode.

 

Winstreserve
De winstreserve is het deel van de reserves van een onderneming dat is gevormd door niet uitgekeerde (ingehouden) winst.

 

naar boven

 

 

 

wp59c899b0.png